


Het Beemster Museum is gehuisvest in boerderijcomplex Westerhem en bestaat uit 2 onderdelen; het eerste deel is een vrijstaand woonhuis, het tweede deel is de achterliggende stolpschuur. Deze panden zijn gebouwd in 1877 in opdracht van H. Scheringa, veehouder én burgemeester. De boerderij staat op een ruim erf met oprijlaan aan de Middenweg.
Het symmetrische woonhuis staat midden op het erf en bevat één bouwlaag met gepleisterde decoraties onder een schilddak met dwarspannen. Het gebouw is in baksteen opgetrokken en voorzien van houten schuifvensters.
Op een vierkant grondplan is de stolpschuur gebouwd. Het is het Noordhollandse type en bevat één bouwlaag onder een schilddak met zwarte Hollandse pannen en een vierkante schoorsteen in het voorste dakschild. De inwendige houten draagconstructie is een vierkant met dekbalkgebinten zonder overstek. Aan de voorzijde van de stolpschuur bevindt zich een knechtenkamer. Aan de linkerzijde de dars en aan de achter- en rechterzijde van het vierkant de stal.
Het muurwerk van rode baksteen wordt rondom afgesloten met een gladde houten goot op smeedijzeren gootbeugels. De darsdeur aan de voorzijde is uitgevoerd als dubbele paneeldeur met arcademotief. In de stal zijn de lange en korte regel evenals de dars, tas en knechtenkamer nog in geheel oorspronkelijke staat.
De originele stolpschuur is na het agrarisch gebruik als museum ingericht.