


Het Arsenaal Doesburg met de aangrenzende kapel behoorden tot het Grote Convent en werd gesticht als begijnhuis. In de eerste vermelding in de archieven (1334) wordt het omschreven als ‘Convent van St. Maria Opten Grave’ (klooster Mariëngraven). De bewoonsters krijgen in 1446 toestemming om zich aan te sluiten bij de Derde Orde van Sint Franciscus en het begijnhuis krijgt de status van klooster (Convent). Ten gevolge van de Reformatie worden alle katholieke mannelijke geestelijken gedwongen de stad te verlaten. Voor de zusters wordt echter een sterfhuisconstructie opgezet.
Na de Reformatie wordt de stad Doesburg eigenaar van het complex. In 1733 komt het in militaire handen: de gebouwen aan de Kloosterstraat worden ingericht als kazerne. Het somber ingerichte gebouw wordt bestemd als Arsenaal.
Na jaren van leegstand met verschillende eigenaren is Het Arsenaal Doesburg weer volledig tot leven gekomen. Op 13 september 2014 wordt het heropend, maar nu als multifunctioneel gebouw waarin verschillende activiteiten plaatsvinden. De geschiedenis van het pand blijft in leven door de zichtbare oude bouwstijlen, authentieke balken en hoge plafonds op de begane grond. Vergeet niet te kijken in de historische kelders met nog de originele vijftiende-eeuwse gewelven.