Restant van het vroegere Cellenbroeders klooster uit 1395. In 1578 in gebruik genomen als Latijnse school, vanaf 1850 ‘Werkinrichting tot wering der bedelarij’. De regentenkamer met goudleerbehang dateert uit de 18e eeuw. Goudleer is relatief zeldzaam. De glanzende laag bestaat uit bladzilver dat vervolgens wordt afgelakt met een goudkleurige vernis. Recent gerestaureerd.
In een huis op ongeveer deze plaats vonden Goudse Cellebroeders eind veertiende eeuw onderdak. In 1464 werd hun dan al uitgebreide huis officieel een Cellebroedersklooster. Het complex groeide en er kwam een kapel. Rond 1535 bereikte het met een nieuw gebouwd deel aan de Groeneweg ongeveer zijn huidige omvang.
Cellebroeders moesten godvruchtig en nederig leven, bedelen voor hun levensonderhoud, zieken, krankzinnigen en pestlijders verplegen en overledenen aan de pest begraven. Hun moraal liet echter in de loop van de tijd steeds meer te wensen over. De bronnen spreken van moord en doodslag, feestpartijen, drankge- dan wel misbruik, bezoek van vrouwen en andere misstanden. Toen met de reformatie in 1572 alle Goudse kloosters werden gesloten, was er in dit klooster nog maar één monnik, die overigens ‘nyet bequaem’ werd geacht.
Na een grondige verbouwing werd hier in 1578 de Latijnse School gevestigd.
De school verhuisde in 1850 naar het Doelengebouw op de Lange Tiendeweg. In het kloostercomplex werd de Werkinrichting tot Wering der Bedelarij ondergebracht. Honderden arme Gouwenaars per dag (!) werd hier overdag warmte en eten geboden, zaken die zij thuis ontbeerden. Met eenvoudig werk zoals zwavelstokken maken, verdienden zij enig loon, de helft voor de inrichting, de andere helft voor henzelf.
Later werden arme ouderen hier permanent gehuisvest en ontwikkelde het gebouw zich tot een bejaardentehuis. In 1954 werd de naam veranderd in ‘Huize Groeneweg’. In 1976 werd een nieuw bejaardencomplex aan de Baanstraat geopend. In 1984 kon het gerestaureerde kloostercomplex als appartementengebouw in gebruik worden genomen.
Van rond 1750 dateert het prachtige goudleerbehang in de regentenkamer die dankzij dat behang de “Goudleerkamer” wordt genoemd. Goud- of Cordoba-leer is fijn leer, met afbeeldingen van bladzilver, waaroverheen goudkleurige vernis werd aangebracht. Het werd gebruikt als wandbekleding. De productietechniek werd ontwikkeld in Ghadames in Libië. Van daar uit verplaatsten de Moren de productie naar Spanje, waar eeuwenlang het mooiste goudleer gemaakt is. Vanuit Spanje werd het geëxporteerd naar de meeste Europese landen en zelfs naar andere werelddelen. Na de middeleeuwen werd goudleer ook in de Nederlanden gemaakt, en eveneens geëxporteerd naar bijvoorbeeld Duitsland, Denemarken, Zweden, China en Japan.
Ambachtenroute: Goudleer behang.