

Geschiedenis
Dit grote hoekpand dateert uit ca. 1790 en deed dienst als een voor die tijd moderne en ruime gevangenis. In het oostelijk deel bevonden zich zes cellen; drie boven en drie beneden. Slechts de tralies herinneren aan deze bestemming van het gebouw.
In veel middeleeuwse steden werden gevangenistorens ook wel ‘Roode Toorens’ genoemd. Waarschijnlijk werd met ‘rood’ echter niet de kleur van baksteen bedoeld, maar de kleur van bloed.
In 1673 bliezen de Franse troepen in Doesburg de stadspoorten op, compleet met de nog aanwezige muren en torens. Doesburg zat toen zonder gevangenis, zonder ‘Roode Tooren’. Aanvankelijk kon de ruimte onder het stadhuis dienstdoen als gevangenis.

Gevangenis
In 1707 werd het pand op de hoek van de Kleine Kerksteeg en de Roggestraat aangekocht en verbouwd als gevangenis. In de volksmond heette het al snel ‘De Roode Tooren’. Maar nog geen tachtig jaar later was het pand zo bouwvallig, dat er geen gevangenen meer ondergebracht konden worden.
De boel werd gesloopt, het ernaast gelegen pand werd aangekocht en in 1789 verrees er een nieuwe gevangenis. Behalve de zes cellen bevonden zich hier ook een woning voor de cipier, een examineerkamer en een gijzelkamer. Pas in 1889 werd het ‘kantonaal huis van bewaring’ opgeheven.
Verbouwing
In 1890 vond een grondige verbouwing plaats. De gemeente had besloten de voormalige gevangenis in te richten als ‘politiewacht met woning van den hoofdagent’. De politie verliet het pand in 1975 en hiermee verdwenen ook de laatste twee cellen!
Museum
Nu huist het streekmuseum in het pand: na een verbouwing werd in 1977 museum ‘De Roode Tooren’ feestelijk geopend. In het pandje waar momenteel de ingang is (nummer 13), bevond zich vroeger een koosjer slagerijtje. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde zich er een poelier en daarna een winkel met hengelsportartikelen. In 1987 is dit pandje gerestaureerd en bij het museum gevoegd