Kleverskerke is het kleinste dorp op Walcheren en is ontstaan in de 13e eeuw. De oudste vermelding vinden we in een oorkonde van 20 september 1251. De stichter moet ene heer Kleewerd of Klauwaard zijn geweest. Vandaar dat er op het wapenschild van Kleverskerke een rood arendsbeen op een gouden veld staat.
De eerste kerk, waarschijnlijk ook uit de 13e eeuw was gewijd aan Sint Joris, schutspatroon van de ridders. In 1670 werd een nieuwe protestantse kerk gebouwd, die in 1861 zodanig was verzakt, dat de huidige kerk is gebouwd. Alles wat uit de vorige kerk bruikbaar was, werd hergebruikt: de eikenhout geschilderde bochten, de ambachtsherenbank, het tuinhek met voorlezersgestoelte; de koperen kaarsenstandaards en de plavuizen.
De ambachtsheerlijkheid Kleverskerke was vrij groot: ca. 460 ha. De ambachtsheren hadden niet alleen een stem in het kapittel, maar waren ook lagere rechters en ze bezaten heerlijke rechten zoals het jachtrecht en het windrecht.
Bekenden families en personen waren ”de baas” in Kleverskerke: Schotte, Van Borssele, Van Bourgondië, Van der Hooge, de stad Middelburg, Van den Brande, Nebbens en de laatste was dr. Maurice van Vollenhove. Overleden in 1965 te Madrid.
De bank, achter in de kerk, met de wapenschilden van ambachtsheren stamt uit de vorige kerk.
De buitenste wapenschilden zijn van Johan Pieter van den Brande (1645-1712). Het ronde schild is het familiewapen van de Van den Brandes 2e echtgenote Alette Maria de Geer, met wie hij in 1694 huwde.
Aan de rand van het kerkhof ligt een gevelsteen van het wapen van deze familie, afkomstig uit de kroonlijst van het patriciërshuis aan de Lange Delft in Middelburg. Dat werd verwoest bij het bombardement op 17 mei 1940.
Het binnenste wapenschild
Mr. Bastiaan Nebbens kocht in 1782 de ambachtsheerlijkheid Kleverskerke. Hij was o.a. rentmeester der Domeinen van de Prins van Oranje in Noord-Beveland en kenner van het dijkwezen. Hij noemde zich Nebbens van Cleverskerke en plaatste het wapen van Kleverskerke als bijschild op zijn familiewapen. Hij bezat tevens het jachthuis Voorhoute onder Kruiningen en ook dat wapen plaatste hij als bijschild op zijn wapenschild. Hij overleed in 1807 in Middelburg.
Zijn echtgenote was Berendina Paardekoper. Waarschijnlijk is een 18de eeuws alliantie-wapenschild, voorzien van een fantasiekroon en lintversiering, hergebruikt voor het alliantiewapen Nebbens-Paardekoper.