

In 1630 werd achter drie woonhuizen een schuilkerk gewijd aan Johannes de Doper. In 1723 splitste men zich af van Rome en ging verder als Oud-Katholieke Kerk. Tussen 1863 en 1868 kreeg het complex een nieuw interieur en neoclassicistische voorgevel. De kerk is rijk aan liturgisch textiel en interieurdecoraties, waaronder gemarmerd hout.
In 1630, a hidden Catholic church dedicated to John the Baptist was consecrated behind three houses. In 1723, it broke away from Rome and continued as the Old Catholic Church. The present neoclassical facade dates from 1863-1868. The interior is rich in decorations, including marbled wood. Liturgical vestments and altar textiles, abundantly embroidered, date from the 15th and 16th century. Now partly on display in Museum Gouda.
Hoewel een bordje vermeldt dat hier de Oud-Katholieke kerk is, wekt de gevel enige verwarring op. Er lijken immers een paar woonhuizen en een poortgebouw te staan. De kerk zelf gaat dan ook al sinds 1630 verscholen achter deze gevels. In dat jaar kocht pastoor Purmerent hier drie huizen aan de Hoge Gouwe en de Raam om verborgen achter de gevels een schuilkerk voor de katholieke eredienst in te richten. In die tijd mocht men weliswaar ‘roomsch’ geloven, maar dat mocht niet in het openbaar worden getoond.
De geloofsgemeenschap groeide gestaag en tot het eind van de zeventiende eeuw werden links en rechts huizen gekocht voor uitbreiding van de achtergelegen kerk. De laatste vergroting vond plaats in 1685. Daarna werd het barokke altaar met een voorstelling van de drie wijzen geplaatst, samen met de preekstoel en de communiebank. In die tijd was de bekende Gouwenaar Ignatius Walvis (1653-1714) hier pastoor. Walvis publiceerde in 1714, net voor zijn dood, de “Beschryving der stad Gouda”, de eerste Goudse stadsgeschiedenis en nog steeds een standaardwerk.
In 1796 kregen in de Bataafse Republiek alle bestaande geloofsgemeenschappen gelijke rechten. In 1853 werden de laatste praktische beperkingen voor katholieken weggenomen en konden zij weer openlijk alle facetten van hun geloof beleven. Het katholieke geloof bloeide op, en daarmee ook de aandacht voor de kerkgebouwen. Van 1863 tot 1868 werd het complex aan de Hoge Gouwe grondig gerestaureerd. Er kwam een nieuwe voorgevel en ook het interieur werd ingrijpend verbouwd. Daarna is er niets noemenswaardigs meer aan het complex veranderd.