
De Goudsche Lichtfabriek met Turbinezaal en Ketelhuis werd rond 1910 ontworpen door Gemeentewerken (opzichter-tekenaar Herman Schuurmans), als toevoeging aan de al bestaande gasfabriek. In de jaren 70 sloten de deuren. Na tientallen jaren van leegstand en verval kreeg dit industriële erfgoed in 2012/2013 een herbestemming als horeca. De takelinstallaties, dakspanten en de tegelwanden in het trappenhuis zijn bewaard gebleven.
Aan het eind van de middeleeuwen stond hier het Mariaklooster, dat na de hervorming in 1572 andere functies kreeg. Gelegen aan de rand van de stad was het tot rond 1650 een goede opvangplaats voor lepralijders. Daarna werd het een Proveniershuis, waar ouderen tegen betaling opgenomen werden.
In 1853 werd in een deel van het Proveniershuis een gasfabriek gevestigd. De productie van gas en dus het bedrijf breidden zich uit. Begin twintigste eeuw kon de fabriek de vraag naar gas niet meer aan. Aan de Hoge Gouwe werd het Regentenhuis van de proveniers uit 1680 afgebroken en hier verrees een elektrische centrale om de stijgende vraag naar energie op te vangen. Dat is nu het rechterdeel met de vier lage rondboogvensters op de begane grond en vier hoge rondboogvensters op de verdieping. De draagkracht is verhoogd met ijzer en beton omdat hier, op de eerste verdieping, de turbinehal was, waar de stoomturbines en de generatoren stonden. Hier zijn de originele tegels en de versiering boven de ramen uit 1910 nog steeds te zien. De hijsbalk met zware kettingen werd gebruikt om de generatoren op te tillen en heeft een vermogen van 10.000 kilo. Deze hijsbalk functioneert nog. Dit gedeelte is nu in gebruik als café-restaurant. Achter de keuken, op weg naar de toiletten, is het vroegere trappenhuis met originele groene tegels te zien.
Het linker gebouw met vier groepen van drie verticale vensters is het schakelstation uit 1937-1939. De hoge toegangspoort links was de ingang van de hal. Erboven staan in reliëf de letters GLF, afkorting voor de oude naam van het energiebedrijf.
De gebouwen zijn verbonden door een poortgebouw met dezelfde gevelgeleding als het rechter gebouw. De gevel is bekroond met een sculptuur van twee leeuwen met het wapenschild van Gouda, afkomstig van de rond 1850 afgebroken Potterspoort. Op de hoek naar het Nonnenwater staat tenslotte een kantoorgebouw van het energiebedrijf uit 1953.
Vanaf ongeveer 1960 werd de energieproductie hier afgebouwd. Daarna werden geleidelijk de meeste fabrieksgebouwen op het uitgestrekte terrein afgebroken. Op de vervuilde grond kwamen een woonwagenkamp en een parkeerplaats. De gebouwen van de Lichtfabriek langs de Hoge Gouwe bleven bewaard, maar verpauperden door de lange leegstand. De laatste tien jaar is het hele voormalige kloostergebied opnieuw ingericht.
Herbestemming: van industrie naar horeca.