
Hier zetelde ooit de Commissaris van het Gouds Wagenveer. Van 1653-1853 vertrek- en aankomstpunt van de koetsverbinding met Rotterdam. De kelder heeft een unieke waterput, daarom ook wel put- of pothuis genoemd. Recent duurzaam gerenoveerd met biobased bouwmaterialen, met name vlas.
Jaartallen
Al in 1471 was er op deze plek bebouwing. In het archief van Gouda wordt het later omschreven als ‘Het Commissarishuys’. Het was het huis van de commissaris van het Rotterdams Wagenveer: vanaf 1679 een vaste, geregelde verbinding met wagens of koetsen tussen Rotterdam en Gouda.
Het gebouw
In het huis bevindt zich een waterput. De waterput komt uit op een ondergronds gewelf. Daarom stond het huis ook wel bekend als puthuis of pothuis.
Het verhaal
De ‘Wagenveer’ begon in 1679 en leidde over de speciaal daarvoor bestrate Schielandse Hoge Zeedijk en ’s Gravenweg naar Rotterdam (en terug). Bijzonder, want in die tijd was vooral het vervoer van passagiers over water, de trekvaart, in zwang. Ongeveer 25.000 reizigers per jaar werden vervoerd tussen deze plek en een vergelijkbaar commissarishuis in Rotterdam, op de hoek van Hoogstraat en Oostplein. Bij zo’n pand werden de kaartjes verkocht en werden de paarden, de koetsen en de koetsiers gecontroleerd. Er kon worden gegeten en gedronken en er kon worden overnacht. De gemeenten Gouda en Rotterdam beheerden het wagenveer, over wat ooit de langste straatweg van Nederland was.
In 1852 besloot de gemeenteraad van Rotterdam tot opheffing, het wagenveer bleek niet meer rendabel. De gemeenteraad van Gouda was het daar aanvankelijk niet mee eens, maar kon de gemeente Rotterdam niet tot andere gedachten brengen. De gemeente Gouda kon de kosten niet alleen opbrengen en de koetsen e.d. werden verkocht aan de voerlieden die de lijn zelf gingen exploiteren. Na enkele jaren echter hield het wagenveer op te bestaan.
Weetjes
Ambachtenroute: vlas als biobased bouwmateriaal.