


Vanaf het ontstaan van de Republiek der Verenigde Nederlanden mochten alleen calvinisten openlijk hun geloof belijden in kerkgebouwen. Andersgelovigen namen noodgedwongen hun toevlucht tot verborgen kerken: schuilkerken. Dit werd oogluikend toegestaan, als het gebouw maar niet zichtbaar was.
De Lutherse gemeenschap in Leiden was vanaf het midden van de 16e eeuw hard gegroeid vanwege de vele economische immigranten uit Duitsland en Scandinavië. Ze bouwden in 1618 een schuilkerk achter huizen aan de Hooglandse Kerkgracht. Het kerkgebouw was toegankelijk via een poort in een van de woonhuizen. Dit was één van de elf schuilkerken die Leiden kende. Pas in 1798 kwam er een einde aan de schuilkerkenperiode.
In het midden van de 19e eeuw werden de twee huizen die voor de kerk stonden gesloopt, en werd de kerk vanaf de Hooglandse Kerkgracht zichtbaar. In 1888 werd een nieuwe moderne gevel pal voor de oude uit 1618 gezet, als een voorzetgevel. Deze kreeg ook een torentje, om de kerk helemaal een passend uiterlijk te geven. Dat is in 1937 gesloopt wegens bouwvalligheid. Achter in de kerk zit een deur naar het achtergelegen voormalige Lutherse weeshuis aan de Middelweg. Door die deur kwamen de weeskinderen de kerk binnen. In 2018 heeft de Evangelisch Lutherse gemeente het gebouw afgestoten. Binnenkort start een beleggingsgroep met de herontwikkeling. / IN