


Het stadhuis van Leiden is in de loop der eeuwen diverse malen – al dan niet gedeeltelijk – verwoest, maar altijd weer opgebouwd en uitgebreid. Het voor zover bekend eerste stadhuis ging in 1350 bij een brand verloren. Dit was vermoedelijk niet meer dan een hal met een torentje, met daarin een vergaderruimte voor de stadsbestuurders. Het toen herbouwde stadhuis werd in de 15e eeuw uitgebreid door aankoop van diverse woonhuizen en -erven. In 1460 kwam er een nieuwe torenspits, die na brand in 1573 werd vervangen door een nieuw exemplaar. Na het beleg van Leiden van 1574 kwam de stad dankzij de textielnijverheid tot bloei. Het stadhuis moest deze nieuwe rijkdom uitstralen en werd in 1595-1597 van een fraai interieur en van een nieuwe gevel voorzien. De toen beroemde architect Lieven de Key was hierin bepalend. Bij de brand in 1929 werd het stadhuis bijna volledig verwoest. Alleen de gevel bleef overeind. Na een prijsvraag onder architecten begon in 1935 de bouw van een nieuw stadhuis achter de oude gevel. Architect Blaauw ontwierp ook alle interieurs en meubels. Kunstenaars als M.C. Escher en Hildo Krop
werkten onder regie van Blaauw. Deze bijzondere combinatie van gebouw en inrichting is nog voor een groot deel compleet. Van 2020 tot 2022 is het stadhuis ingrijpend verbouwd en verduurzaamd, maar met het oorspronkelijk ontwerp als uitgangspunt. / BB