



Rijksmuseum Boerhaave is een mooi voorbeeld van hergebruik waardoor historische gebouwen bewaard kunnen blijven. Opvallend aan de buitenkant is het contrast tussen het entreegebouw, in 1669 als turfmagazijn ontworpen door stadsarchitect Willem van der Helm, en de glazen pui daarnaast. De oudste gedeelten van het om een binnentuin gelegen complex behoorden tot de 15e-eeuwse kloosters St.-Caecilia en St.-Agnes. Na de Reformatie (1572) liet het stadsbestuur het geheel verbouwen tot het Caeciliagasthuis, aanvankelijk voor de verzorging van lijders aan de pest. Toen het gasthuis was opengesteld voor andere zieken, huurde de Leidse universiteit vanaf 1636 twaalf bedden voor klinisch medisch onderzoek. Hoogleraar Herman Boerhaave introduceerde hier begin 18e eeuw het onderwijs aan studenten aan het ziekbed. Sinds 1852 heeft het complex verschillende andere bestemmingen gehad. Na een ingrijpende restauratie van de inmiddels sterk vervallen gebouwen biedt het sinds 1991 onderkomen aan het huidige museum voor wetenschap en geneeskunde. Museum Boerhaave werd in 2016 en 2017 gerenoveerd en opnieuw ingericht. Het werd bij die gelegenheid herdoopt tot Rijksmuseum Boerhaave. Er wordt gewerkt aan plannen voor uitbreiding op de locatie van overbuur Het Kijkhuis, dat de Vrouwenkerksteeg gaat verlaten. / BB